Vertel eens over cholesterol

Het lichaam gebruikt cholesterol als uitgangspunt om oestrogeen, testosteron, vitamine D en andere vitale stoffen te maken.

Cholesterol is dus nogal essentieel?

Jazeker, dat klopt.

Waarom slikken sommigen dan medicatie om het cholesterolgehalte in het bloed te verlagen?

Een halve eeuw geleden werd ontdekt dat hoge cholesterolspiegels in het bloed sterk geassocieerd waren met een verhoogd risico op hartaandoeningen.

Dat is toch achterhaald? Ik lees steeds vaker over ‘de cholesterol mythe’. Hoe zit dat?

Er wordt heel veel over cholesterol gediscussieerd. Het is een verhit onderwerp.

Er zou een grote mythe bestaan rondom verzadigd vet en cholesterol, als in: het eten van verzadigd vet verhoogt het cholesterol in je bloed en dat zorgt voor een hoger risico op hart- en vaatziekten.

Sommigen beweren dat dit een mythe, ofwel achterhaald en onjuist is.

Is er dan bewijs dat het niet zo is?

Dat is nog maar de vraag. De argumenten die worden aangedragen zijn bijvoorbeeld:

  1. Campagnes voor vetarm eten zijn gebaseerd op heel weinig wetenschappelijk bewijs en ze hebben mogelijk onbedoelde gevolgen voor de gezondheid gehad (Hu FB et al., 2010);
  2. Uit onderzoek blijkt dat mensen die veel of weinig verzadigd vet eten, geen verhoogde kans hebben op hart- en vaatziekten (Siri-Tarino et al., 2010);
  3. Ouderen met een hoog cholesterol gaan niet eerder dood (Ravnskov U et at., 2016);
  4. Ook wordt er vaak verwezen naar de belangen van de voedingsindustrie en de farmaceutische industrie.

Er staan heel veel alarmerende artikelen online die dit soort argumenten aandragen.

Ze verwijzen wel netjes naar wetenschappelijk onderzoek, toch?

Jazeker, dat doen ze ook. Je moet een onderzoek alleen wel helemaal lezen, niet alleen de conclusie. Daarnaast moet je het onderzoek in een grotere context kunnen plaatsen.

Wat bedoel je?

Neem de studie van Frank Hue en zijn collega’s waar een conculega-blogger naar verwijst. In de conclusie van dat onderzoek staat inderdaad letterlijk dat de campagnes voor vetarm eten gebaseerd zijn op heel weinig wetenschappelijk bewijs en dat ze mogelijk onbedoelde gevolgen gehad hebben voor de gezondheid.

Dus toch?!

Niet zo snel 😉. Er staat óók dat het type vet bepalender is dan de totale hoeveelheid vet. Vervolgens staat er óók dat het vervangen van verzadigd vet door onverzadigd vet, de kans op hartziekte verlaagt. Het is dus gigantisch raar dat er naar dat onderzoek verwezen wordt als je beweert dat veel verzadigd vet eten geen probleem zou zijn.

Maar er staat wel dat het advies mogelijk onbedoelde gevolgen heeft gehad? Dat snap ik niet.

Dat kan ik toelichten. Nadat het advies uitgebracht werd om op te passen met te veel verzadigd vet, is dit in de praktijk verbasterd tot “pas op met vet”. De industrie is hier op ingesprongen en is allerlei 0% vet producten, vaak met veel suiker, op de markt gaan brengen. Zo zijn we van de regen in de drup beland.

Maar hoe zit het dan met onderzoeken die aangeven dat het niet uitmaakt of je veel of weinig verzadig vet eet?

Ik kan me voorstellen dat dit heel verwarrend werkt…

Niet verwarrend! Het maakt dus gewoon niet uit of je er veel of weinig van eet, toch?

Zo lijkt het. Hetzelfde onderzoek legt dit ook verder uit. De onderzoekers schrijven dat er goed gekeken moet worden naar wat mensen dan in plaats van verzadigd vet aten, waardoor er net zo veel mensen hart- en vaatziekten kregen. Het alternatief maakte het er dus niet beter op. Dit moet dus eerst verder onderzocht worden voordat je een goede conclusie kunt trekken.

Wat aten ze dan in plaats van verzadigd vet?

Daar heeft dat specifieke onderzoek niet naar gekeken, maar wat denk jij? Meer broccoli? Of meer 0% vet producten vol met suiker? En zou dat de oorzaak zijn dat er net zoveel mensen hart- en vaatziekten kregen?

Ik wil niet zelf gokken. Wat zegt de wetenschap hierover?

Natuurlijk zijn er ook onderzoeken die wél keken naar wat mensen in plaats van verzadigd vet aten.

En, wat zeggen die?

Mogelijk maakt de bron van het verzadigd vet een verschil. Zo lijkt dierlijk vet, zoals uit vlees, een minder goede keuze vergeleken bij vet uit zuivel, maar dat staat nog lang niet vast. In hoofdlijnen komt het in elk geval op het volgende neer.

Vervang je verzadigd vet door transvet, dan ben je de pineut en wordt het alleen maar erger. Het aantal hart- en vaatziekten stijgt.

Vervang je verzadigd vet door suiker en/of geraffineerde koolhydraten, dan verandert er niet veel. Het aantal hart- en vaatziekten blijft gelijk.

Vervang je verzadigd vet door ongeraffineerde koolhydraten of onverzadigde vetten (zoals vis, avocado, olijfolie, noten, zaden, etc.), dan zie je een sterke daling van het aantal hart- en vaatziekten.

Recent toonden meerdere grote observationele studies wederom aan dat het effect van het vervangen van verzadigde vetten door meervoudig onverzadigde vetten de kans op hart- en vaatziekten zelfs vermindert met ongeveer 25%.

Maar ze zeggen dat mensen met een hoog cholesterol langer leven!

Ja, in sommige gevallen is aangetoond dat ouderen met een hoog cholesterol langer leven.

Doe je onderzoek onder 70+ers naar ziekte en sterfte in de loop van 15 jaar of langer, dan geeft dat vaak een vertekenend beeld. Soms wordt dan ook nog het relatieve risico berekend. Als het absolute risico op overlijden in die periode al 50% of hoger is zijn hoge relatieve risico’s vrijwel uitgesloten.

Dus onderzoek onder ouderen geeft een vertekenend beeld?

Ja, voor vrijwel alle klassieke risicofactoren geldt dat die bij ouderen nauwelijks risicoverhogend zijn of juist risicoverlagend zijn. Naast cholesterol geldt dit ook voor hoge bloeddruk en overgewicht.

Het kan dus heel goed dat dan een hoge waarde juist beschermend lijkt. Dat komt doordat ziekteprocessen vaak die risicofactoren verlagen. Zieke mensen vallen vaak af, in stijvere vaten daalt de bloeddruk, enzovoort. Dit zorgt voor een vertekenend beeld.

Pfoe, complex allemaal.

Ja, het is dus ook niet zo vreemd dat er zo veel verwarring over is in de mainstream media en/of op social media.

Maar je lever maakt toch cholesterol aan? Hoe kan het dan ongezond zijn?

Cholesterol is niet ongezond. Een te hoog cholesterol verhoogt de kans op een hart- en vaatziekte. Zo’n twee derde van het cholesterol wordt aangemaakt door je lever, maar het maakt ook uit wat je eet.

Maar een hoog HDL-cholesterol is toch juist goed?

Een hoog HDL-cholesterol is wat anders dan een hoog totaalcholesterol. Laten we even door de basis heenlopen. Dan beantwoord ik daarna de vraag.

Cholesterol, samen met andere typen vet, worden door je bloedvaten getransporteerd in pakketje die lipoproteïnen worden genoemd. Twee veel voorkomende typen zijn lipoproteïne met lage dichtheid ofwel LDL en lipoproteïne met hoge dichtheid ofwel HDL. Hiervan wordt LDL als de slechterik beschouwd.

Waarom zou LDL dan slecht zijn?

Wanneer er te veel LDL in het bloed zit, dan kunnen deze deeltjes afzettingen vormen in de wanden van de kransslagaders en andere slagaders door het hele lichaam.

Dergelijke afzettingen, plaque genaamd, kunnen de bloedvaten vernauwen en de bloedstroom beperken, met alle gevolgen van dien. Als plaque uit elkaar valt, dan kan dit een hartaanval of beroerte veroorzaken.

En HDL wordt dan het goede cholesterol genoemd?

Klopt. HDL transporteert cholesterol weer uit de bloedbaan terug naar de lever. Denk aan HDL als de vuilniswagens van de bloedbaan. HDL wordt daarom vaak goede of beschermende cholesterol genoemd.

Ik hoor ook wel eens wat over triglyceriden?

Naast cholesterol is vet in het bloed ook aanwezig in de vorm van triglyceriden. De vetten in de voeding bestaan voornamelijk in de vorm van triglyceriden.

Hoe lager het triglyceridengehalte, hoe beter. Een verhoogd triglyceridengehalte draagt namelijk ook bij aan het ontstaan van slagaderverkalking. Maar het is niet zo’n duidelijke risicofactor als LDL.

Dus een hoog cholesterol is toch ongezond?

Ja, hoe hoger het totale cholesterol, hoe hoger het risico op een hart- en vaatziekte.

Cholesterol en de kans op hart- en vaatziekten

Bron: Prospective Studies Collaboration 2007.

Maar een hoog HDL-cholesterol compenseert toch de boel?

Hier ontstaat ook een groot deel van de verwarring. Een hoge HDL-waarde leek beschermend, maar hier is nu wat twijfel over ontstaan.

Hoe komt dat?

Mensen met een hoge HDL-waarde hebben minder vaak hart- en vaatziekten, maar wanneer mensen met een lage HDL-waarde medicatie krijgen om deze waarde te verhogen, dan is er geen beschermend effect. Om onder andere deze reden is HDL eerder een risicomarker in plaats van een causale risicofactor.

Wat is het verschil tussen een risicomarker en causale risicofactor?

Een risicomarker is een indicator voor iets, maar er is geen sterke oorzaak-gevolgrelatie. Risicomarkers kunnen wel helpen bij het voorspellen van de kans op een ziekte. In het geval van een causale risicofactor is er wel sprake van oorzaak en gevolg.

Ik kan me voorstellen dat deze nuances voor verwarring hebben gezorgd.

Nou, er is zelfs nog meer wat verwarrend kan werken. Voor beroerte-mortaliteit zien we namelijk een ander patroon.

Cholesterol en de kans op een beroerte

Bron: Prospective Studies Collaboration 2007.

Hier zien we lijnen voornamelijk platliggen. Cholesterol is dus blijkbaar een grotere risicofactor voor hartziekten dan voor een beroerte. Het is dus belangrijk dat we goed blijven nuanceren. Dit soort nuances missen ook vaak in spraakmakende artikelen en dat leidt tot verwarring.

Ik hoor ook vaak: cholesterol is de brandweer, de ontsteking is de brand.

Je huis staat in de fik, maar dat is niet erg want de brandweer is er?

Nee 🙈, ze bedoelen dat ontstekingen hét probleem zouden zijn en niet cholesterol.

Waar dat vandaan komt is te verklaren. Cholesterolverlagende medicijnen (statinen) hebben naast cholesterolverlagende effecten ook ontstekingsremmenende effecten, die eveneens een positieve invloed zouden kunnen hebben op cardiovasculaire morbiditeit en mortaliteit. Vaak wordt de aandacht daarnaartoe verschoven.

Het hele verhaal start met endotheeldysfunctie.

Uhm, met wat?

De binnenbekleding van een bloedvat bestaat uit een enkele laag van cellen. Die bekleding noemen we het endotheel. Dit endotheel geeft stoffen af aan het bloed, die een belangrijke rol spelen in de elasticiteit van de vaatwand en bij het stollen van het bloed. Wanneer het endotheel niet goed functioneert, spreken we van endotheeldisfunctie.

Wat heeft dat met ontstekingen te maken?

Aderverkalking, in medische termen ook wel atherosclerose genoemd, is een verouderingsziekte. Bij jongvolwassenen start reeds de ontwikkeling van de atherosclerose. Bij deze ziekte ontstaat er een ontsteking in de wand van de bloedvaten. Hierbij speelt het endotheel, vooral bij de initiatie van het proces, een belangrijke rol.

Bij patiënten met cardiovasculaire risicofactoren, zoals hoge bloeddruk, hoog cholesterol en hoge concentratie glucose in het bloed (denk aan diabetes), treden veranderingen op in de bloedsamenstelling, de bloedstroomsnelheid en de rekbaarheid van de bloedvaten. Deze veranderingen zorgen voor activatie van het endotheel, met name van de slagaders, wat de aanzet is tot de vorming van plaque.

Wat gebeurt er dan?

Het endotheel wordt hyperpermeabel (verhoogd doorlaatbaar) voor bijvoorbeeld LDL. De ophoping van LDL in de vaatwand vormt het begin van plaque.

Om 0,5 - 1 kg per week af te vallen, hoef je echt niet op een dieet van worteltjes en water. Kleine gerichte en onderbouwde aanpassingen zorgen al voor maximaal resultaat. Ontdek welke specifieke aanpassingen dat zijn in jouw eigen eetpatroon. Lees meer....

Op den duur zorgt dit ervoor dat er een vernauwing van het bloedvat ontstaat. Dit wordt pas een probleem wanneer de vernauwing van het bloedvat dermate groot is, dat de organen onvoldoende bloed kunnen krijgen.

Verschillende factoren kunnen dus het functioneren van de endotheellaag beïnvloeden?

Inderdaad, er zijn een heleboel factoren bekend die endotheeldisfunctie veroorzaken, zoals de genoemde hoge bloeddruk of een hoog gehalte aan cholesterol of hoge concentratie van glucose in het bloed. Maar ook nicotine in het bloed bevordert de slagaderverkalking. Het is dus niet het een of het ander, er zijn gewoon meerdere mogelijkheden en hoge cholesterolwaarden is een van die mogelijkheden die de kans op een hart- en vaatziekte verhoogt.

Is het terecht dat artsen medicatie voorschijven bij een hoog cholesterol?

Nee, niet altijd. Ook niet iedereen krijgt direct medicijnen. De arts kijkt ook naar andere risicofactoren, zoals een hoge bloeddruk, roken, diabetes en overgewicht.

De twee belangrijkste biologische risicofactoren voor hart- en vaatziekten zijn bloeddruk en LDL. Deze kunnen zeer waarschijnlijk ook worden verlaagd door veranderingen in voeding en leefstijl.

Overleg met je arts of daar voor jou winst te behalen is. Vaak is dit wel het geval en de arts kan je eventueel doorverwijzen naar een diëtist.

Maar de Maasai in Tanzania eten veel verzadigd vet en die hebben nergens last van…

Interessant is dat de Maasai in Tanzania, een laag totaal cholesterol hebben en niet aan hartziekte lijden, maar inderdaad voeding nuttigen met veel verzadigd vet en cholesterol (melk, vlees). Dat gaat echter wel gepaard met uitgebreide plaquevorming en fibrose in hun aorta’s, en een verdikte vaatwand in hun hartslagaders. Ze hebben echter geen hoge bloeddruk, hebben kleinere harten en de verdikking van hun vaatwanden in de hartvaten gaat gepaard met een vergroting van de diameter van het vat, zodat het vatvolume gelijk blijft. Daarbij is deze stam uitzonderlijk fit en heeft en ze zijn uitzonderlijk slank. Deze voordelen verdwijnen echter zodra ze vanuit hun nomadenbestaan verhuizen naar de grote stad.

Kortom, het is niet één ding. Het probleem is multicausaal.

Multi-wat?

Het multicausale denken gaat erover dat het ontstaan van ziekte bij een individu wordt verklaard door het gelijktijdig aanwezig zijn van meerdere oorzaken. Simpel gezegd, een hart- en vaatziekte komt niet door slechts één ding.

Dit is mooi toe te lichten met het ‘causale taartmodel’ van Ken Rothman.

Gaan we het nu over taart hebben? 😋

Hahaha, ja een soort van. Stel je voor dat een aantal componenten samen zorgen voor een hartaanval. Elke component van de taart is nodig voor de volle 100%. Hier zie je drie verschillende taarten die alle drie leiden tot een hartaanval.

Causal taartmodelHier wordt duidelijk dat een set aan verschillende oorzakelijke componenten kunnen leiden tot een hartaanval.

Dit is dus ook de reden dat iedereen wel een opa kent die zijn hele leven heeft gerookt, maar toch geen hartaanval heeft gehad. Het kan per persoon verschillen. Dat maakt roken echter nog steeds niet gezond.

Dus je moet gewoon risicofactoren vermijden?

Exact. Let wel, preventie werkt alleen wanneer je de causale risicofactoren aanpakt. Dat zijn bijvoorbeeld een hoge bloeddruk en een hoge LDL-waarde. Mensen die zorgen voor gezonde waardes, met behulp van leefstijl of medicatie, krijgen minder vaak hartaanvallen.

Wanneer heb ik een te hoog cholesterol?

Een bloedonderzoek geeft aan hoe hoog het cholesterolgehalte is in millimol per liter bloed (mmol/l). Het cholesterolgehalte in het bloed kan nogal schommelen. Daarom is het raadzaam het cholesterolgehalte meerdere keren te onderzoeken. Bij een verhoogd cholesterolgehalte moet er namelijk sprake zijn van een constante verhoging.

Bij welke waarde is er sprake van een verhoogd cholesterolgehalte?

In de tabel staat een overzicht van mogelijke uitslagen van het bloedonderzoek:

 Totaal cholesterolgehalte in mmol/l Conclusie
 lager dan 5,0 normaal
 tussen 5,0 en 6,4 licht verhoogd
 tussen 6,5 en 7,9 verhoogd
 hoger dan 8,0 sterk verhoogd

Ik heb wel eens gehoord dat cholesterolratio ook een rol speelt, hoe zit dat?

De verhouding tussen LDL en HDL noemen we de cholesterolratio. Een ‘scheve’ verhouding met te veel LDL vormt inderdaad ook een belangrijk risico voor hart- en vaatziekten.

Hoe wordt die cholesterolratio berekend?

De cholesterolratio wordt berekend door het totaal cholesterolgehalte (LDL + HDL) te delen door het HDL. De ratio hoort kleiner dan 5 te zijn.

Belangrijke grenswaarden hierbij zijn:

  • LDL-cholesterol: minder dan 2,5 mmol/l = optimaal, meer dan 3,5 mmol/l = te hoog
  • HDL-cholesterol: minder dan 0,9 mmol/l = te laag
  • ratio totaal-/HDL-cholesterol: minder dan 5 = goed
  • Triglyceriden (een andere vetachtige stof in het bloed die samen met LDL- en HDL-cholesterol in het bloed vervoert): meer dan 2,1 mmol/l = te hoog

Wat kan ik zelf doen, los van medicatie?

Vermijd producten met veel verzadigd vet en vermijd ook producten met geraffineerde koolhydraten. Dat is stap één, waarbij voor bijna iedere Nederlander winst te behalen is.

Vezelrijke producten zijn goed. Denk hierbij aan groenten en fruit, volkoren granen, havermout, peulvruchten, etc.

Het eten van een à twee handjes ongezouten noten per dag verlaagt het LDL-cholesterol.

Vervang eens een stukje vlees door (vette) vis of eet gewoon wat vaker vis. Minder vlees is sowieso een gezondere keuze en de vis levert omega-3 vetzuren, die verlagen het LDL-cholesterol ook.

En als ik geen vis lust?

Lust je echt geen vis, dan kun je een visolie-supplement overwegen. Naast een visolie-supplement kun je ook kiezen voor algenolie. Dat kan ook een alternatief zijn voor mensen die geen vis eten.

Controleer wel hoeveel EPA en DHA er in de algenolie zit, dit wil nog wel eens sterk verschillen. In de meest recente richtlijnen van de Gezondheidsraad is het advies gezet op 200 mg EPA en DHA per dag. De aanbeveling van de European Food Safety Authority (EFSA) voor de inname van EPA en DHA is 250 mg per dag.

Nog meer?

Jazeker! Ook een hele belangrijke en gemakkelijk uit te voeren tip is: vervang verzadigd vet door onverzadigd vet. Vervang boter door bijvoorbeeld margarine, zonnebloemolie of olijfolie.

Ho! Margarine! Die troep? Dat is een molecuul verwijderd van plastic! Nu ga ik je ontvolgen. Dit is gewoon Unilever propaganda…

Ho, ho, ho! Ja, je hebt een punt. Margarine wás troep. Het zat vroeger vol transvetten. Dat kwam door de manier waarop ze vroeger de vloeibare vetten hard maakte en transvetten zijn enorm schadelijk. Dit was vroeger zo en dit speelt nu nog steeds een grote rol in de verwarring.

Oh, dus nu zit er geen transvet meer in margarine?

Niets tot verwaarloosbaar weinig. Tegenwoordig zit er in roomboter meer transvet (1,5g/100g) dan in margarine (<0,5g/100g).

Ja maar, dat zijn natuurlijke transvetten.

‘Natuurlijk’ is geen synoniem voor gezond. Denk maar aan het risico rondom paddenstoelen plukken. Pluk je de verkeerde, dan kan het je je leven kosten. De natuur zit vol gif.

Natuurlijk transvet is even ongezond als industrieel transvet, maar de hoeveelheid is niet de moeite waard om je druk over te maken. De inname in Nederland ligt al onder de gestelde norm.

Margine blijft wel één molecuul verwijderd van plastic.

Je bedoelt denk ik ‘één atoom’. Niet zo goed opgelet tijdens de scheikundelessen vroeger? 🤭

Kijk je naar de oliën en vetten die voorkomen in margarine, maar ook in olijfolie of boter, dan zie je dat die zijn opgebouwd uit de atomen koolstof, waterstof en zuurstof. Plastic bestaat uit koolstof en waterstof. Het verschil is daarmee dus één atoom. Maar dat plastic daarmee op boter, olie of margarine lijkt, slaat natuurlijk nergens op. Het menselijk lichaam bestaat namelijk ook voor 93% uit waterstof, koolstof en zuurstof. En om nu te zeggen dat wij op plastic lijken… 🙈

Maar margarine blijft troep, toch?

Margarine wordt gemaakt van met name plantaardige oliën, vetten en water met wat extra vitaminen en soms ook wat omega-3. Om het smeerbaar te maken wordt een hulpstof (vaak lecithine uit soja) gebruikt die ervoor zorgt dat de ingrediënten een geheel worden. Vervolgens wordt het mengsel verwarmd tot 40°C en daarna snel afgekoeld. Daardoor wordt het minder vloeibaar. Vervolgens kneden ze het totdat het smeerbaar wordt. Dat maakt het geen troep.

Dus jij eet margarine?

Nee, ik vind boter lekkerder 🙈. Maar! Ik eet er echt heel weinig van! Daarnaast eet ik ook andere producten met verzadigd vet écht met mate. Ik kies heel bewust mijn complete eetpatroon.

De verzadigd vetinname van de gemiddelde Nederlander is echter nog steeds veel te hoog. Een quick win is dan om boter te vervangen door margarine. Dat advies heb ik recent ook nog aan iemand in mijn naaste familie gegeven.

En hoe zit het met eieren? Die bevatten toch veel cholesterol?

Hoewel het belangrijk blijft om de hoeveelheid cholesterol die je eet te beperken, vooral als je diabetes hebt, is het cholesterol in voedingsmiddelen niet zo problematisch als ooit werd aangenomen. Dit vernieuwde inzicht is ook weer een onderdeel van de voortdurende verwarring.

In cohortonderzoek wordt geen verband gezien tussen consumptie van eieren en een hoger risico op hartziekten. Daarbij is de inname van cholesterolrijke producten als eieren, schaal- en schelpdieren en bepaalde typen orgaanvlees al laag in Nederland.

Dit is natuurlijk geen excuus om er nu ineens wel veel van te gaan nuttigen.

Kan ik nog meer doen?

Jazeker, beweeg voldoende en streef naar een gezond gewicht.

Dus wat is nu de conclusie?

Boter veroorzaakt geen hart- en vaatziekten. Het bevat wel veel verzadigd vet. Verzadigd vet is niet ongezond, maar te veel verzadigd vet verhoogt het LDL-cholesterol. Dat veroorzaakt geen hart- en vaatziekten, maar het is wél een risicofactor dat, samen met andere factoren, de kans op een hart- en vaatziekte verhoogt.

Je kunt dus met mate van roomboter genieten, maar (!) dat geldt niet voor de gemiddelde Nederlander. Die nuttigt in de regel al te veel verzadigd vet en dan is ook nog roomboter smeren geen goed idee.

Hoe komt het dat de gemiddelde Nederlander dan zo veel verzadigd vet nuttigt?

Dat komt voornamelijk door het eten van vlees(waren), volle melkproducten, volvette kaas, koek, gebak en snacks. Overal waar ‘te’ voor staat….

Ja, ja, is ongezond…

Precies, zo simpel is het. In het geval van verzadigd vet is het alleen al snel te veel. Je zit echt heel snel boven het geadviseerde maximum.

Twee boterhammen met roomboter en volvette kaas leveren zo’n 15 gram verzadigd vet. Het advies voor vrouwen is om niet meer dan 22 gram verzadigd vet en voor mannen niet meer dan 28 gram verzadigd vet te nuttigen. Met die twee boterhammen met roomboter en volvette kaas zit je dus al op of over de helft!

Het is dus toch verzadigd vet en niet suiker?

Ho! Het is niet of-of. We zijn nauwelijks minder verzadigd vet gaan eten en daarbij veel meer suiker/geraffineerde koolhydraten. Zo zijn we van de regen in de drup beland. Naast te veel verzadigd vet nuttigen we ook te veel geraffineerde koolhydraten. Met alle gevolgen van dien…

Kortom, we moeten gewoon op alle vlakken gezondere keuzes gaan maken, om zo de kans op een hart- en vaatziekte te verkleinen.

Wat vind jij er zelf van?

Ik vind het best wel raar dat sommigen het consumeren van verzadigd vet stimuleren. Verzadigd vet is niet eens een essentieel vetzuur, in tegenstelling tot de onverzadigde vetten omega-3 en omega-6. Je lichaam kan verzadigd vet namelijk zelf aanmaken. Daarnaast wordt het nuttigen van veel verzadigd vet, naast een hoog cholesterol en verhoogde kans op hart- en vaatziekten, ook gelinkt aan lage graad ontstekingen, verminderde productie van beta cellen, insuline resistentie en chronische nieraandoeningen.

Je kunt best wat meer vet eten en minder koolhydraten, maar waarom zou ik meer verzadigd vet moeten gaan eten? Met welk doel zou ik het niet essentiële verzadigd vet moeten verkiezen boven de essentiële onverzadigde vetten? En als de huidige gestelde bovengrens van 10 procent van je energie uit verzadigd vet onjuist zou zijn, wat zou de bovengrens dan moeten zijn? En waar blijkt dat uit?

Op deze vragen krijg ik in de praktijk geen (goed onderbouwd) antwoord op van de voorstanders. Kortom, ik nuttig best wel producten met verzadigd vet. Alleen wel echt met mate.

Wil je meer lezen over dit onderwerp? Lees dan ook:

Help mee!

Pasfoto Carlo Kool

Welk eetpatroon en leefstijl je kiest is jouw beslissing. Ik verstrek alleen betrouwbare, praktische en motiverende informatie, gebaseerd op wetenschappelijk bewijs dat je kunt gebruiken bij het maken van jouw keuzes. Ik vermijd graag het geneuzel in de marge en focus op hetgeen waar de grootste winst te behalen is.

Deel het artikel gerust op social media en/of laat me weten wat je er van vindt. Dankjewel, Carlo Kool.